Is het Nederlandse bedrijfsleven klaar voor het Internet of Things?

header trimm impression of working environment working in a team

Is het Nederlandse bedrijfsleven klaar voor het Internet of Things?

Het Internet of Things komt langzaam onze woonkamers binnen. Een slimme thermostaat waarmee je op afstand de temperatuur in je huiskamer kunt aanpassen, of een app waarmee je je hartslag kunt meten. We komen aan in een tijdperk waarin steeds meer alledaagse apparaten communiceren met en invloed uitoefenen op andere apparaten. Verwacht wordt dan ook dat het aantal connected devices in 2020 rond de 24 miljard zal liggen.

In dit trendrapport, namens PIBN opgesteld, worden de mogelijkheden bekeken die het Internet of Things biedt voor zowel bedrijven als de moderne marketeer.

Beginfase: Aan het woord komen drie leden van het Platform Internetbureaus Nederland (PIBN). Josbert van der Zande, Software Engineer bij Internetbureau TriMM: “Het Internet of Things bestaat eigenlijk al jaren en begon met internet op mobieltjes. Daarna ging het over naar auto’s en tv’s met internet. De afgelopen tijd is deze ontwikkeling in een sneltreinvaart gekomen door zuinigere en goedkopere wifi mogelijkheden en zien ook bedrijven steeds vaker de meerwaarde van IoT toepassingen.” Ook al komt het IoT steeds dichterbij en lijken de mogelijkheden vooralsnog eindeloos, vaak hebben bedrijven moeite om daadwerkelijk stappen te nemen.

Paul Stork, partner van internetbureau Fabrique geeft aan: “Met name de combinatie van mobiel en Internet of Things biedt op dit moment een steeds grotere potentie. Maar hiervoor is het belangrijk dat bedrijven in staat zijn om een naadloze customer journey maken, waarbij moet worden nagedacht welke rol hun product speelt in het leven van de consument. Niet alleen op dit moment, maar ook in de toekomst. En dat levert interessante discussies in de boardroom op.”

Saša Radovanovic, Software Engineer van Internetbureau TRIMM vult aan: “Wij zien vooral vanuit de medische hoek steeds meer vragen langskomen. Echter ontstaan er nog vaak problemen op het moment dat bestaande systemen met gebruiksinformatie gekoppeld worden aan analytische systemen en oplossingen.”

Praktijkvoorbeelden

De vraag welke mooie praktijkvoorbeelden beschikbaar zijn is dan ook nog niet zo eenvoudig te beantwoorden. Paul Stork: “Eigenlijk zijn er in de praktijk nog maar weinig toepassingen van smart objects die met elkaar communiceren en menselijke interventies beperkt houden.” Helaas dus nog geen ijskasten die boodschappen voor ons doen, maar schijnt er geen licht in de tunnel? Paul Stork: “We kennen inmiddels de remote control en remote sensing smart objects. Zo kun je met je smart phone de televisie bedienen, lampen aan-, en uitzetten en de temperatuur van de kalkoen in de oven monitoren. Het lijken echter vooral nog stand-alone toepassingen die op dit moment de markt betreden. Maar we zijn wel op weg. Zo heeft de Nest thermostaat al beduidend meer eigen intelligentie en kan hierdoor inspelen op weersverwachtingen en aanwezigheid.”

e-Health

Ate van der Meer, directeur van internetbureau Snakeware lijkt met het Beeldhorloge, een IoT oplossing binnen de zorg, wel degelijk een praktisch voorbeeld te kunnen geven: “Wij constateerden een steeds grotere groep mensen die niet in staat zijn om alledaagse handelingen zelfstandig uit te voeren of zelfs geen notie hebben van tijd. Dus kwam het idee voor de ontwikkeling van een zogenaamde beeldhorloge. Het horloge werkt met zelfgekozen beelden, bestaande uit pictogrammen en foto’s. Op van tevoren ingestelde momenten gaat het Beeldhorloge piepen en wordt het beeld getoond van een activiteit. Inmiddels zijn er al vele instellingen met het Beeldhorloge aan de slag. Als internetbureau hebben wij een grote rol gespeeld in de ontwikkeling van het online dashboard en meegedacht op strategisch en conceptniveau in de fasen voorafgaand aan de realisatie van Beeldhorloge.”

Uitdagingen

Ate van der Meer is er dan ook van overtuigd dat het zogenaamde Personal Mobile Computer de smartphone’s zoals wij deze nu kennen gaat vervangen en zich verder gaat verplaatsen van broek- of binnenzak naar de pols. “De zwakste schakel rond het slagen van PMC, bijvoorbeeld in de vorm van een horloge, is de beschikbaarheid van voldoende databandbreedte. Zelf op dit moment, met 3G en op steeds meer plaatsen WiFi, vormt dit nog steeds uitdaging.” Maar het is niet alleen de bandbreedte wat een bedreiging kan vormen. Marjolijn Elsinga, Project Manager, internetbureau TRIMM licht toe: “Wat ik zie is dat mensen best bereid zijn om handigheidjes te accepteren die door het internet of robots worden gedaan, zoals het op afstand aan en uitzetten van verwarming, of ruimtes in je huis die reageren op aanwezigheid. Zodra het echter gaat om ethische zaken, zoals de zorg of veiligheid, dan is de acceptatiedrempel veel hoger. De techniek is inmiddels in staat om een operatie op afstand mogelijk te maken, maar mensen vinden het idee dat ze door een robot geopereerd worden, waarbij de dokter niet in de zaal aanwezig is, niet fijn.”

Paul Stork vult aan: “Een derde belangrijke uitdaging ontstaat in termen van productontwikkeling en bediening. Hoe maken we al deze intelligentie behapbaar en bestuurbaar? Hoe zorgen we ervoor dat we kunnen ingrijpen op een automaat als deze net niet slim genoeg is? En hoe maken we steeds virtuelere bediening van steeds virtuelere zaken inzichtelijk en bruikbaar?”

En waar ligt nu de rol van de marketeer in het speelveld van Internet of Things? Tobias van Veen, lead design bij internetbureau Tam Tam licht toe: “We zien dan de focus van de marketeer breder wordt door de opkomst van de smart en dumb devices. Het resultaat lijkt op dit moment echter een versplintering aan product gerelateerde services, waarbij voor ieder apparaat een aparte applicatie wordt bedacht en ontworpen. Dit is op de korte termijn uiteraard bijzonder interessant aangezien het aantal touchpoints met de klant hierdoor toeneemt. De vraag rijst echter hoe duurzaam het is om voor ieder product een extra service te maken. Aparte apps voor je auto, wasmachine, koelkast en verlichting. Is er dan nog echt sprake van toegevoegde waarde voor de gebruiker? De meerwaarde die de marketeer kan bieden is door na te denken over de afstemming van smartdevices als ecosysteem, waarbij interconnectivity de oplossing is om de overkill aan services tegen te gaan. De smartphone zal de centrale rol als verbinder krijgen tussen deze toepassingen.”

Published on: April 25, 2013
Author: trimm.components.navLink.tabLink.linkType.options.none